Programmaboekje

Schubert in de Nieuwe Kerk

woensdag 9 april
20:15 uur tot circa 21:30 uur

Schubert laat in zijn indrukwekkende Strijkkwintet nog een keer horen wat hij in zijn mars heeft.

Programma

Waar ga je naar luisteren?

Twee muzikale testamenten in één programma. Bachs onvoltooide Kunst der Fuge en Schuberts allerlaatste kamermuziekwerk: muziek door merg en been.
Bach

Die Kunst der Fuge is een van Bachs meest complexe en diepzinnige werken, geschreven in de laatste jaren van zijn leven en postuum uitgegeven in 1751. Het is een verzameling van veertien fuga's en vier canons, allemaal gebaseerd op een enkel thema. Het werk wordt vaak gezien als een meesterwerk van contrapunt. Elke fuga en canon in Die Kunst der Fuge verkent verschillende contrapuntische technieken, waarbij Bach zijn ongeëvenaarde vaardigheid in het combineren van melodische lijnen demonstreert. Het werk is opmerkelijk omdat het geen specifieke instrumentatie voorschrijft, wat betekent dat het kan worden uitgevoerd op verschillende instrumenten of ensembles waaronder zelfs een swingende versie van Contrapunctus 9 door The Swingle Singers. Vanavond klinkt Contrapunctus 1 en 4 in de briljante bewerking die de Duitse cellist en componist Richard Klemm samen met de altvioolspelende directeur van de Ansbacher Bachwochen Carl Weymar maakte in 1942.

Schubert

En dan Schuberts magistrale Strijkkwintet dat hij schreef in zijn laatste levensjaar, een periode waarin betrekkelijk weinig liederen ontstonden en opmerkelijk veel instrumentale kamermuziek: drie grote pianosonates, de ‘Fantasie in f voor quatre-mains’ en het Strijkkwintet in C. Een onverklaarbare verschuiving van zijn aandacht of een bewust inspelen op de filosofische discussies die in zijn vriendenkring gaande waren? Wij zijn gewend om Schubert te zien als iemand die zijn intuïtie volgde en die de stroom van muziek die in hem borrelde met de pen nauwelijks kon bijhouden. Daarmee doen wij echter geen recht aan zijn scherpzinnige geest en aan het niveau van de intellectuele kring waarin hij zich bewoog. Regelmatig kwam zijn vriendenkring, die voornamelijk bestond uit schrijvers en dichters, bijeen om samen poëzie te lezen, te praten over literatuur, muziek te maken en te discussiëren. Vooral Schubert hechtte groot belang aan het niveau van de discussies en dreigde zijn interesse in de bijeenkomsten te verliezen als de gesprekken afgleden naar trivialiteiten. Een van de ‘hot items’ onder deze vroege Romantici was de waarde van de instrumentale muziek, die geacht werd superieur te zijn en ver verheven boven de liedkunst. Volgens schrijvers zoals E.T.A. Hoffmann en Ludwig Tieck kwam de puur instrumentale muziek, juist door het ontbreken van het woord, het dichtst bij het romantische ideaal van ‘het onuitsprekelijke’ en het ‘oneindige’ dat reikte aan de kosmos. Groots opgezette werken stonden bovendien bij deze denkers veel hoger in aanzien dan kleine miniaturen zoals liederen. Kortom: er is vermoedelijk een verband tussen de filosofische gedachten van zijn tijdgenoten en het verschuiven van Schuberts aandacht naar de instrumentale muziek.

Het Strijkkwintet is groots opgezet, geeft een suggestie van oneindigheid en is ‘hemels’ in de letterlijke zin. De luisteraar wordt opgetild naar hogere regionen waar de ruimte een enorme expansie heeft waarvan het einde niet in zicht is. Het schijnbaar oneindige is niet ‘zomaar’ uit de pen van de componist gevloeid maar bewust gecreëerd. Zo begint het werk niet zoals destijds gebruikelijk was met een markant thema, maar met een C-groot akkoord dat harmonisch ‘verkleurt’ en weer terugkleurt naar C-groot: een licht-donker-licht effect dat de grondgedachte van het eerste deel blijkt te zijn. De toon is gezet en eenzelfde verkleuring komt steeds op cruciale momenten terug. Ook lied-achtige thema’s komen voor in het werk en daarvan is het tweede thema van het eerste deel een goed voorbeeld. Maar ook daar wordt harmonische verschuiving gebruikt om het vastomlijnde karakter van zo’n thema te doorbreken en een sfeer van ‘eindeloosheid’ te creëren. Het geniale van Schubert is dat hij ieder spoor van theorie en filosofie uitwist in zijn muziek die volkomen spontaan schijnt te zijn ontstaan en die ons mee lijkt te nemen naar de meest intieme plekken van zijn innerlijke wereld. Hij moet het wel roerend eens geweest zijn met schrijver en filosoof Friedrich Schlegel, wiens gedichten hij veelvuldig gebruikte als liedteksten, die beweerde dat de kunst “het enige en eeuwige werktuig is van de filosofie.”

Archief Residentie Orkest

 

Liever op papier? Download een beknopte printbare versie van dit programma.

Biografieën

Residentie Orkest Den Haag
Ensemble
Het Residentie Orkest zet al 120 jaar de toon als symfonieorkest. Daar zijn we trots op. We hebben een breed, verrassend en uitdagend repertoire en voeren de mooiste composities uit.

Het ensemble van vanavond

Gerard Spronk viool
Francisca Portugal viool
Jozefien Dumortier altviool
Iedje van Wees cello
Sven Weyens cello

Fun Fact

Kleine paddenstoel

Omdat hij slechts 1.50 meter lang was en enigszins mollig kreeg Schubert de bijnaam Schwammerl (kleine paddenstoel).

Vandaag in het orkest

Gerard Spronk

Viool

Francisca Portugal

Viool

Jozefien Dumortier

Altviool

Iedje van Wees

Cello

Sven Weyens

Cello
Help Den Haag aan muziek!

Steun ons en help alle inwoners van Den Haag te bereiken en te verbinden met onze muziek.

Bekijk alle programmaboekjes

Zit u in de zaal?

Houd rekening met uw buren en zet de helderheid van uw scherm omlaag.